Traumasensitief opvoeden. Hoe dan?

Focus op wat het kind nodig heeft (in plaats van wat jij of de omgeving van hem verwacht).

Auteur: Eline Engelhart, pleegzorgpionier

Een kind dat in een veilige omgeving met stabiele opvoeders opgroeit kan stressvolle, ervaringen meestal zonder (veel) hulp van anderen verwerken. Veel pleeggezinnen krijgen echter te maken met kinderen die in hun jonge leventje (vaak meerdere) traumatiserende ervaringen hebben meegemaakt. En daarbij niet konden rekenen op opvoeders die hen steunden, gerust stelden en hielpen. Zij moesten de verwaarlozing, (getuige van) mishandeling, misbruik en, niet te vergeten, de daaropvolgende uithuisplaatsing helemaal alleen zien te overleven en te verwerken. Die eenzaamheid, machteloosheid en vogelvrijheid kan diepe wonden slaan en chronische stress veroorzaken. Deze kinderen voelen zich daardoor bijna altijd angstig en zijn hyperalert. En dat heeft zijn uitwerking in hun gedrag.

Kinderen die proberen te (over)leven met chronische trauma zijn snel afgeleid en overprikkeld. Hyperactief, opstandig, uitdagend, brutaal en agressie. Of juist stil, passief, onbereikbaar en teruggetrokken. Of een mix van deze gedragingen. Dit opvallende, vaak ongewenste, gedrag van een getraumatiseerd kind is geen onwil, maar pure onmacht. Het is de enige manier die het kind kent om duidelijk te maken hoe het zich voelt.

Net zoals de meeste opvoeders alleen de ‘klassieke’ manier van opvoeden kennen en deze (dus) hanteren. Ook bij de opvoeding van getraumatiseerde kinderen. We zijn gewend om ongewenst gedrag te corrigeren door middel van straffen en belonen, argumenteren en uitleggen, negeren en complimenteren. Maar deze strategie werkt helaas niet voor getraumatiseerde kinderen. Hoe goed je je best ook doet. Het put je alleen maar uit. Je raakt steeds meer gefrustreerd. En je (pleeg)kind voelt zich steeds ongewenster.

Niet meer, wel anders

Om te herstellen en meer helpende vaardigheden te ontwikkelen hebben getraumatiseerde kinderen opvoeders nodig die hen geruststellen en beschermen. Die liefdevol en rustig reageren. Ook als het gedrag ongepast en ongewenst is. En die het geduld hebben om dat jarenlang en onder vaak uitdagende omstandigheden vol te houden. Zodat deze kinderen langzaam weer het vertrouwen durven opbouwen dat ze er niet alleen voor staan. Ze hebben pleegouders nodig die trauma-geïnformeerd opvoeden. En deze manier van opvoeden vraagt andere vaardigheden, inzichten en strategieën dan het opvoeden dat je wellicht kent van je eigen kinderen, pupillen of leerlingen.

 

Traumasensitief opvoeden, wat is dat nu eigenlijk?

Er wordt veel gesproken en geschreven over traumasensitief opvoeden. Maar wat is dat nu precies? En hoe doe je dat dan? In deze blog probeer ik je daar wat meer duidelijkheid in te geven. En alvast een paar manieren aan te reiken die jou als (pleeg)ouder, gezinshuisouder, leraar of hulpverlener helpen om een kwetsbaar kind te steunen in zijn of haar herstel en het vinden van een minder hobbelige weg naar volwassenheid.

Traumasensitief of trauma-geinformeerd opvoeden is opvoederschap met kennis van (complex) trauma. Weten wat trauma is, herkennen wat de klachten of symptomen zijn en begrijpen wat de gevolgen zijn. Het is ook het niet-aflatend bouwen aan een kalmerende, beschermende vertrouwensrelatie. Je helpt het (pleeg)kind zijn emoties te begrijpen en te reguleren. En zijn vaardigheden, veerkracht en gevoel van controle te versterken.

Kortgezegd: Bij traumasensitief opvoeden leg je de focus op wat het kind nodig heeft, in plaats van wat jij (en de omgeving) van hem verwacht.

Gedragsverandering van een kind is het gevolg van jouw stabiele, veilige beschikbaarheid en niet van jouw talenten (en macht) om te straffen, te preken, af te dwingen en sancties uit te delen als een kind zich ‘misdraagt’.

Verleg daarom je opvoeding van het corrigeren van lastig gedrag naar empathisch begeleiden op het pad naar volwassenheid. Naar zelfredzaamheid en zelfbewustheid. Een leven waarin je (pleeg)kind zich veilig en geliefd voelt. Zichzelf mag en kan zijn. Met respect voor wensen, behoeften en keuzes van zichzelf en anderen. Met vertrouwen. In zichzelf. In jou. In anderen.

 

Hoe doe je dat als ‘gewone’ opvoeder met vooral veel goede bedoelingen?

Dat klinkt allemaal best aannemelijk, toch? Maar in de praktijk is het nog een hele klus om dat voor elkaar te krijgen. En vol te houden. Want tegenvallers en ‘setbacks’ zullen zich heel regelmatig aandienen. Je (pleeg)kind leert en ontwikkelt met vallen en opstaan. En jijzelf ook 😉

Begin er daarom mee om het gedrag van je (pleeg)kind niet te zien als een bewuste persoonlijke aanval op jou. Zie het gedrag als een symptoom, een stress- indicator.

In plaats van het symptoom te bestrijden (gedragsverandering afdwingen) is het effectiever om de continue hoogspanning in het brein van het kind aan te pakken. De werkelijke reden van het ongewenste gedrag.

Vier tips om de stress te verzachten

1.   Ontmasker de trauma-triggers

Een verkeerde frons, een onverwacht geluid of een haast onopvallende beweging. Alles kan een overstresst kind in een accute staat van totale ontreddering brengen. Daarom is het van groot belang dat je (liefst samen met andere betrokkenen en het kind zelf) probeert te ontdekken wat de triggers zijn die het kind emotioneel zo ontregelen. Vraag je telkens af, -heel exact en gedetailleerd- wat er vooraf ging aan het plotselinge veranderde gedrag.

Reageer niet onmiddellijk op het gedrag, maar op de emotie die je ziet. En help je (pleeg)kind om rustig te worden. Bijvoorbeeld door te zeggen dat je ziet dat hij of zij het moeilijk heeft. Als hij/zij weer rustig is, kun je (samen) op zoek naar wat nu precies de uitbarsting veroorzaakt heeft. “Ik zie tranen hè? Klopt dat? Kun je me vertellen wat er gebeurde?”

2.   Bied veiligheid en bescherming

Getraumatiseerde (pleeg)kinderen voelen zich in heel veel situaties onveilig. Ze zijn achterdochtig en onzeker, voelen zich snel aangevallen en afgewezen. En durven (vanwege hun eerdere ervaringen) er niet op te vertrouwen dat wat volwassenen zeggen, doen en voorschrijven ook ‘waar’, betrouwbaar en veilig is. Ze proberen uit alle macht om zelf de controle over elke situatie te houden. Met hele bijzondere gedragingen als gevolg: Dwingen, uitdagen, manipuleren, (negatieve) aandacht eisen, liegen, domineren, verleiden (allemansvriendje), stoer doen of de clown uithangen. Je kunt tegemoetkomen aan deze controlebehoefte: Geef je (pleeg)kind (gekaderde en leeftijdadequate) keuzes en autonomie op elk moment dat dat mogelijk is.

Als een kind zich continu onveilig en onbeschermd voelt, kan het zich niet goed concentreren of nieuwe dingen leren. Het hoofd zit vol met zorgen en onverwerkte herinneringen. Leerproblemen van getraumatiseerde kinderen ontstaan vaak niet door een laag IQ, maar door concentratieproblemen en doordat het geheugen minder goed werkt door het trauma. Het lukt dan niet meer om aandacht op één zaak te richten, aanwijzingen op te volgen en (eenvoudige) probleempjes zelf op te lossen.

Je (pleeg)kind heeft jou dan nodig om zijn paniek te kalmeren en de bedreigende situatie te overzien. Door telkens opnieuw kalm en kalmerend te reageren op de paniek van je (pleeg)kind, vergroot je het gevoel van veiligheid. En leert je (pleeg)kind stap voor stap omgaan met zijn emoties.

Door eenduidige en aandachtige aanwezig te zijn, zal je (pleeg)kind zich langzaam aan je durven hechten en erop te gaan vertrouwen dat je ‘for real’ bent. Pas als het vertrouwen groeit kan het zijn/haar gedrag en emoties leren reguleren.

3.   Leg de lat niet te hoog

Elk kind wil graag zijn best doen, gehoorzamen en lief gevonden worden. Bij aanhoudende stress blokkeert echter het hogere brein (cortex). Dit hersengebied speelt een belangrijke rol bij de inhibitie (het kunnen reguleren van gedrag), waardoor je (pleeg)kind zijn of haar gedrag niet meer zelf stuurt. Het oerbrein (reptielenbrein en zoogdierenbrein) neemt het stuur over. Met primitieve instinctieve overlevingsreacties: Vechten, vluchten of verstijven. Reactief, impulsief en emotioneel. Zolang het gevoel van grote stress voortduurt en zolang het kind geen nieuwe inzichten en vaardigheden ontwikkelt, waarmee de cortex sturing aan het gedrag kan geven, blijft het kind gegijzeld door zijn of haar oerbrein.

Leg daarom de lat niet te hoog. Te hoge verwachtingen geven het kind nog meer stress. Met als gevolg dat het oerbrein het gedrag (opnieuw) overneemt. Als de paniek toeslaat, is hij of zij niet meer voor rede vatbaar. Blijf met een kalm brein in de buurt en blijf je vertrouwen uitspreken, tot hij/zij weer rustig is.

4.   Help opvallend gedrag te begrijpen en veranderen

Kan je pleegkind de gevolgen van zijn gedrag niet inschatten? Krijgt hij of zij bij het minste of geringste gefrustreerd en gooit de handdoek in de ring? Raakt hij of zij in paniek als niet alles elke dag hetzelfde is, in dezelfde volgorde, op dezelfde manier?

Dit zijn allemaal vaardigheden die door de cortex worden aangestuurd en nog te ontwikkelen zijn bij kinderen. Ook als ze een ‘valse start’ hebben gemaakt. Jouw kalme, voorspelbare reactie, duidelijke grenzen en vaste rituelen geven je (pleeg)kind houvast. Erken de behoeften en wensen van je (pleeg)kind inclusief bijkomende emoties en onzekerheden, ook als ze niet uitvoerbaar zijn. “Het is hartstikke vervelend dat het bezoek aan mama niet kan doorgaan, maar je mag niet de hond schoppen omdat je zo teleurgesteld bent.”. En doe een ander voorstel: “Je kunt wel een tekening, gedicht of liedje voor mama maken.  Is dat misschien een idee?”

Een hele bruikbare tool om je pleegkind uit te leggen (en te ontschuldigen) wat er gebeurt in zijn hoofd als de stress oploopt, is het handmodel van Daniel Siegel. Een youtube filmpje vind je hier.

Kortom: Het opvoeden van kinderen met een traumatiserende geschiedenis vergt heel wat van (pleeg)ouders en gezinshuisouders. Maar als je de opvoeding met kennis van trauma aanpakt, zul je merken dat je (pleeg)kind gaat ontwikkelen en het leven hem/haar weer gaat toelachen.

Heb geduld, neem de tijd. En zie het gedrag van je (pleeg)kind vooral niet als een persoonlijke aanval. Want… de manier waarop jij het gedrag van je getraumatiseerd (pleeg)kind interpreteert heeft grote invloed op je beleving. En in je reactie.

100 dagen met trauma

Ik heb je in deze blog een paar praktische handvatten proberen te geven om een getraumatiseerd kind te versterken. Maar er zijn nog veel meer manieren om je pleegkind te begeleiden bij het herstellen van chronisch trauma. Zoals het ondersteunen van positieve, duurzame relaties met anderen die belangrijk zijn voor je pleegkind. Of  je pleegkind helpen om begrip van zijn of haar eigen levensverhaal te ontwikkelen. En uiteraard zelfzorg. Want alleen als jij het als pleegouder volhoudt, kan je pleegkind op je blijven bouwen.

Deze en nog veel meer andere onderwerpen zijn opgenomen in de online training ‘100 dagen met trauma’. Speciaal voor ouders, pleegouders en gezinshuisouders van kinderen met een complex trauma. Wil je meer leren over hoe jij jouw (pleeg)kind traumasensitief kunt opvoeden en zijn of haar stresslevel kunt verlagen, zonder daar zelf uitgeput door te raken?

Meld je dan aan en ontvang 100 dagen lang lessen, adviezen en tips voor praktische traumasensitieve opvoeding in jouw gezin. Ik begeleid je persoonlijk. Een half jaar lang! Je krijgt wekelijks feedback en je kunt al je vragen aan me stellen. Meer info en deelname: training 100 dagen met trauma